Speech Mat Herben 26 februari
Toen en Nu
Waar ging het om in 2002? Wat dreef Pim Fortuyn en Mat Herben?
(Lezing De Jonge Fortuynisten, Utrecht 26 februari 2026)
Het doorgronden van het gedachtegoed van Pim Fortuyn is betrekkelijk eenvoudig. Natuurlijk kun je aan de hand van prikkelende columns en uitspraken een vertekend beeld schetsen van de wetenschapper Fortuyn – en dat is volop gedaan - maar een serieuze student is gauw klaar.
De secularisatie, de ondergang van het oude socialisme in 1989 en de opkomst van de politieke islam zijn drie redenen waarom politici, die verandering willen, Fortuyn zouden moeten lezen en waarderen. Over de vraag ‘hoe nu verder?’ dacht hij grondig na. Hét standaardwerk van Pim Fortuyn is ‘De verweesde samenleving’ uit 1995, dat begint met de sleutelzin: ‘Sedert 1990 houd ik mij bezig met de intrigerende omgang van ons land met de moderniteit’. Hoe sterk staat de geseculariseerde Nederlander in de dialoog met andersdenkenden. Welke kernwaarden hebben Nederland welvarend gemaakt en wat moeten we dus doorgeven aan onze kinderen en aan nieuwkomers? Dat was de visie van Fortuyn. En wat hooggeleerde heren, promovendi, biografen, journalisten en de hele bliksemse rest sprookjesvertellers ook mogen beweren: al het andere is franje of flauwekul.
Maar politicologen en journalisten blijven de kiezers in twee kampen verdelen: links of rechts, alsof de secularisatie, de val van het oude socialisme en de opkomst van de politieke islam nooit hebben plaatsgevonden. De les van Fortuyn is nu juist dat de oude politieke systemen hebben afgedaan en dat een nieuwe maatschappijvisie noodzakelijk is. Het is voor jongeren vanzelfsprekend dat we vrijheden kennen en sociale voorzieningen hebben. Daarvoor hoef je geen neoliberaal of socialist te zijn. Er gaapt nog steeds een groot gat in het midden, dat maar ten dele door D66 wordt ingevuld. De politieke correctheid en de kritiekloze liefde voor Europa zijn de redenen dat deze partij niet echt zal doorbreken. Het gaat dus niet aan om de kiezer die niet denkt in links of rechts, smalend te betitelen als ‘zwevende kiezer’. Wie dat na Fortuyn beweert, begrijpt er niets van en is zelf zweverig.
Ook als het gaat om de discussie over waarden en normen, was Fortuyn zijn tijd vooruit. Dat geen journalist het geruchtmakende Volkskrant-interview in februari 2002 toetste aan zijn standaardwerk, zegt veel over de vooringenomenheid van de scribenten. “Lees mijn boeken”, riep Fortuyn vertwijfeld. Na Pims dood was postume rehabilitatie van zijn reputatie voor mij een van de voornaamste drijfveren om door te gaan. Ik leek wel een boekhandelaar. Naar de Koningin? De Verweesde Samenleving mee! Of het boek beduimeld op haar nachtkastje ligt, behoort tot het geheim van Huis ten Bosch. Naar informateur Donner? Die krijgt de complete Fortuyn-omnibus, zo schatte ik hem hoog in. Natuurlijk werden ook Zalm en Balkenende verblijd met een boek. Tijdens de onderhandelingen plaatste ik de kernwaarden van de moderniteit nadrukkelijk op de agenda, hetgeen uiteindelijk resulteerde in de discussie over waarden en normen die thans wordt gevoerd. In die tijd kon ik overigens geen enkele journalist vermurwen tot een artikel over de kernwaarden.
Ik geef een beknopte samenvatting van de negen kernwaarden van de moderniteit. Pim Fortuyn heeft de verworvenheden van de moderne Westerse samenleving op pakkende en overtuigende wijze heeft geformuleerd. Dat was nodig, want op het eerste oog is er nog maar weinig wat ons burgers bindt. Zelfs God en Oranje niet. De maatschappij is geseculariseerd. We zijn de verzuiling voorbij, of preciezer gezegd: de verzuiling bestaat alleen nog in politieke partijen en in de omroepen. De moderne burger herkent zich niet langer in het links-rechtsdenken. De moderne burger ziet de liberale en sociale verworvenheden als vanzelfsprekend en wil dat maatschappelijke problemen niet ideologisch maar praktisch worden aangepakt, zonder politieke correctheid.
Maar wat geven wij door aan onze kinderen en hoe treden wij nieuwkomers tegemoet? Nieuwkomers uit islamitische landen die de Westerse samenleving zien als een decadente maatschappij die los is van God en gebod. Hoe sterk staat de ontkerkelijkte Nederlander in zijn schoenen in de discussie met andersdenkenden? Want onze kernwaarden zijn geen tegeltjeswijsheden die vanzelfsprekend zijn. De gelijkwaardigheid van man en vrouw, van homo en hetero, was bijvoorbeeld voor onze ouders niet vanzelfsprekend en wij hebben de taak ervoor te zorgen dat deze verworvenheden worden doorgegeven aan onze kinderen en aan nieuwkomers.
Het grote verschil tussen Pim Fortuyn en bijvoorbeeld Geert Wilders is gelegen in zijn positieve benadering van de moderniteit in tegenstelling tot het tégengeluid van Wilders en trouwens ook de SP. Het gaat er niet om waar we tegen zijn, maar wij moeten weten waar we vóór zijn: namelijk voor de democratische rechtsstaat.
De negen basiskenmerken van de moderniteit zijn de volgende:
1. Op politiek, staatkundig en maatschappelijk niveau is een volledige scheiding aangebracht tussen Kerk en Staat. Daar is een lange historische ontwikkeling aan vooraf gegaan, die teruggaat tot de Investituurstrijd over het recht bisschoppen te benoemen uit de elfde eeuw. Het begrip ‘scheiding van Kerk en Staat’ wordt te pas en te onpas gebezigd, maar het gaat er in de kern om dat de wereldlijke overheid zich niet mengt in kerkelijke zaken, zoals bisschopsbenoemingen, en dat de kerkelijke overheid zich niet bezighoudt met wereldlijke zaken als bestuur en rechtspraak. Een kerkelijke rechtbank behandelt alleen kerkelijk recht. Zoiets als de Sharia is de Westerse cultuur wezensvreemd.
2. Er is vrijheid van meningsuiting, die slechts wordt beperkt door uitdrukkelijk bij de wet gestelde grenzen. Bij vermeende overschrijding van die grenzen is het eindoordeel aan de onafhankelijke rechter. De vrijheid van meningsuiting krijgt gestalte in de vrijheid van drukpers, waaronder we in deze tijd ook internet verstaan.
3. Er is een markteconomie gebaseerd op eigen initiatief en vrij ondernemerschap. De staat reguleert deze vrijheid met het doel haar te behouden en zwakkere partijen de noodzakelijke bescherming te bieden tegen het ‘natuurgeweld’ van de vrije markt. Concreet betekent dit volledige concurrentie en het tegengaan van marktafscherming, oligopolies en monopolies, alsmede een deugdelijke milieuwetgeving en wetgeving die het publieke domein beschermt tegen uitwassen.
4. Er is een parlementaire democratie. Dat betekent dat op alle bestuurlijke niveaus het gekozen parlement, dat totstandgekomen is in vrije verkiezingen door kiesgerechtigde burgers, het laatste woord heeft inzake wet- en regelgeving en inzake controle op de uitvoerende macht. Dit vrijwaart de publieke ruimte van regel- en wetgeving die rechtstreeks en zonder het filter van de volksvertegenwoordiging door godsdienst of politieke overtuiging wordt opgelegd. Het is volgens Fortuyn de eerste en belangrijkste dam tegen het doordringen van fundamentalistische opvattingen in het politieke domein.
5. Er is scheiding van de uitvoerende macht, de wetgevende en controlerende macht en van de rechtsprekende macht. Deze Triasleer gaat natuurlijk terug tot Charles de Secondat, baron de la Brède et de Montesquieu, die in 1748 zijn baanbrekende Driemachtenleer (Trias Politica) publiceerde. Zijn boek werd gepubliceerd in standenmaatschappij, waarin de adel het als de hoogste stand voor het zeggen had. Een elite waarvan de regenteske trekken tot in onze tijd bewaard zijn gebleven. De scheiding der machten heeft een rechtsstaat opgeleverd die kenmerkend is voor de moderniteit.
6. Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig. Cultureel is dit een feit, maar in sociaal-economisch opzicht is de emancipatie van de vrouw nog niet afgerond. De voornaamste uitdaging voor de moderniteit is de emancipatie van de islamitische vrouw. Seksuele geaardheid doet in het publieke domein niet ter zake.
7. Individuele verantwoordelijkheid staat in de moderniteit centraal. Richtsnoer daarbij is de ontwikkeling van een individueel geweten en de ontwikkeling van het besef dat ieder mens uiteindelijk verantwoordelijkheid draagt voor zijn eigen leven en de vormgeving daarvan.
8. Een samenleving bestaat echter bij de gratie van samenlevende en samenwerkende individuen. Dit betekent dat het individualisme en de individuele vrijheid hun begrenzingen hebben daar waar zij de samenleving in haar voortbestaan bedreigen, dan wel dreigen te desintegreren. Het gaat daarbij om een op collectief niveau beleefd stelsel van kernnormen en kernwaarden. Dit stelsel komt tot stand door democratische besluitvorming, de overdracht en handhaving worden gegarandeerd door overheidsinstanties als het onderwijs, de politie en het Openbaar Ministerie. De vrije pers en particuliere organisaties ondersteunen het geheel.
9. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en internationale verdragen worden door de moderniteit gerespecteerd en nageleefd naar de letter en de geest. Universele waarden lenen zich niet voor eigengereide interpretaties die op de zogenoemde eigen cultuur is gebaseerd.
Deze negen kernwaarden zijn idealen die door de moderniteit in elk geval met de mond worden beleden en door velen nagestreefd. Pim Fortuyn realiseerde zich heel goed dat deze verworvenheden nergens ten volle en tegelijkertijd worden gerealiseerd. Hij noemt de moderniteit heel treffend een januskop. Hooggestemde idealen en burgerlijke vrijheden hebben niet kunnen verhinderen dat de menselijke maat verloren is gegaan, dat cultuurrelativisme en consumentisme hoogtij vieren.
Het onderhouden en verbeteren van de moderniteit is een uitdaging bij uitstek voor de geëmancipeerde burger. Maar dat is niet het enige probleem. De moderniteit heeft het christendom ontdaan van zijn fundamentalistische trekken, maar wordt thans geconfronteerd met een formidabele tegenstander in de vorm van de politieke islam. Plaats de negen kernwaarden van onze moderne Westerse samenleving maar tegenover het islamitisch fundamentalisme.
Mijn drijfveren om na de moord door te gaan, waren:
1. Eerherstel voor Pim Fortuyn als mens en als wetenschapper. Hij mocht niet de geschiedenisboeken ingaan als een foute politicus die vanwege zijn omstreden gedachten is vermoord. Of dat gelukt is, mag u beoordelen. Zelf ben ik niet ontevreden, mede gezien de brief van premier Balkenende en de uitlatingen van andere politici.
2. De nagedachtenis mocht niet worden ontsierd door relletjes. De onrust in het land diende te worden gekalmeerd. Ik heb mij als geen ander in die moeilijke dagen ingezet voor normalisering van de verhoudingen en herstel cq. voortzetting van het democratisch proces. Ik heb mij vaak afgevraagd wat er zou zijn gebeurd als we hadden afgezien van deelname aan de verkiezingen, of erger nog, als we ons door onze verontwaardiging hadden laten verleiden tot een oproep tot maatschappelijk verzet. De commotie die dan zou zijn ontstaan, zou misschien historische, ja Troelstra-achtige proporties kunnen hebben gehad. Stof voor historici, dat wel, maar een schande voor de reputatie van Pim Fortuyn, voor wiens eerherstel ik mij blijf inzetten.
3. Het bewerkstelligen van de gewenste politieke veranderingen door ten eerste het schrijven van een regeerakkoord en ten tweede het willen opbouwen van een partijorganisatie. Het regeerakkoord heeft in de vorm van het Strategisch Akkoord – dat ook onder Balkenende II van kracht was – vijf jaar lang doorgewerkt en is zelfs nu nog richting gevend.
Alleen in de laatste van de vier doelstellingen – het opbouwen van de LPF – ben ik niet geslaagd door de machtshonger, ijdelheid en geldingsdrang van figuren die geen verdere vermelding behoeven of verdienen. Het is triest als de grote betekenis van Fortuyn wordt gereduceerd tot die machtsstrijd. Ik zou bijna zeggen, wordt gereduceerd tot een voetbalwedstrijd. Voetbal is oorlog, politiek kennelijk ook. De LPF heeft het hout voor zijn eigen brandstapel aangedragen en dan moet je niet klagen als iemand er een lucifer bij houdt.
Er zijn vele redenen waarom het misging. De voornaamste zijn het ontbreken van leiderschap, discipline en loyaliteit. Geen enkele organisatie kan zonder deze succesfactoren. In de nieuwe organisatie van de LPF ontbraken alle factoren. Het leiderschap werd voortdurend betwist, loyaliteit en teamgeest ontbraken en discipline was ook pijnlijk afwezig.
Ik heb hierover regelmatig gesproken met collega’s van het CDA. Zij hebben zeker geleerd van de LPF en ondanks slechte peilingen het hoofd koel gehouden. Het CDA laat zien wat er mogelijk is als je door dik en dun je politieke leider loyaal en gedisciplineerd blijft steunen. De kiezer wil immers geen ruzie en verdeeldheid, omdat hij zijn stem voor vier jaar aan iemand moet kunnen toevertrouwen. Je zet je spaargeld ook niet vier jaar op een onbetrouwbare bank.
De veranderde rol van de media was ook van grote betekenis. De LPF was de eerste partij die werd opgericht in het tijdperk van de nieuwe media. Dat wil zeggen internet, commerciële tv-zenders met hun jacht op kijkcijfers en infotainment programma’s, waarbij informatie wordt vermengd met entertainment. Het bekende programma BVD was daarvan het grote voorbeeld.
De invloed van de media maakt het buitengewoon lastig een fractie te disciplineren, al ben ik daarmee bezig geweest vanaf april 2002 – dus nog bij leven van Pim Fortuyn – door voortdurend te hameren op eenheid van woordvoering.
De problemen bij de LPF waren niet uniek. Om te beginnen waren er veel frustraties in politiek en samenleving. Onze problemen waren ook van algemeen menselijke aard. Groepsprocessen en conflicten die je bij iedere vereniging of organisatie kunt tegenkomen. De afgelopen jaren zagen we eenzelfde verdeeldheid bij D66, VVD en de PvdA. De LPF bestond voor een groot deel uit gefrustreerde VVD’ers, daarom zijn de problemen bij de VVD voor mij zeer herkenbaar.
Omdat de gevestigde partijen over een goede organisatie beschikken, is ruzie zelden fataal, vaak eerder de voorbode van een verandering. De vervangers lopen zich bij wijze van spreke al warm. Na iedere ruzie bij de LPF daarentegen keerden goede mensen ons de rug toe. Ik heb wel eens gezegd dat de hoofdrolspelers weg bleven, terwijl de B-acteurs ongevraagd auditie deden.
Terugblikkend overheerst voor mij een gevoel van teleurstelling, omdat we er niet in zijn geslaagd het oude blokdenken – in termen van links tegen rechts – te doorbreken. De Lijst Pim Fortuyn was naar mijn mening de laatste kans op werkelijke politieke vernieuwing, waarbij oplossing van maatschappelijke problemen voorop staat. En niet ideologische of electorale bijbedoelingen.
De LPF is niet ten onder gegaan door een gebrek aan ideeën, integendeel. Wat wij voorstelden wordt nu bestudeerd, overgenomen of zelfs uitgevoerd door andere partijen. Natuurlijk op het gebied van integratie en veiligheid, maar ook op andere terreinen – van spitsstrook tot deeltijdpensioen – heeft de LPF baanbrekende gedachten gehad. De ondergang van de LPF was het resultaat van haantjesgedrag, geruzie, kortom het ontbreken van een deugdelijke partijorganisatie en loyaliteit. De les die Geert Wilders hieruit trok, was dat zijn beweging geen gewone partij met stemgerechtigde leden kon zijn. Hoe begrijpelijk deze beslissing ook is, voor mij is ze principieel onjuist. De gewone leden hebben de LPF ook niet beschadigd. Een handvol ongeduldige en/of ontevreden kaderleden en gretige media waren voldoende om de partij onherstelbaar te beschadigen. De les die Rita Verdonk hieruit trok, is dat zorgvuldig aan de opbouw van een nieuwe organisatie moet worden gewerkt. Een juiste beslissing die echter op gespannen voet stond met de door haar adviseurs uitgestippelde campagnestrategie: te kostbaar, te vroeg piekend en verwachtingen wekkend die nog niet konden worden waargemaakt. De neergang van Trots op Nederland is nog sneller gegaan dan ik had voorzien. Op meer dan drie zetels hoeft Rita Verdonk niet meer te rekenen, in het voor haar gunstigste geval – een enorme blunder van Wilders – is herstel tot tien zetels het maximaal haalbare. Maar ik zie Geert Wilders zo’n fout niet maken. Of zijn PVV de hoge peilingen kan vasthouden, is koffiedik kijken. De kracht van Geert Wilders is gelegen in de zwakte van zijn tegenstanders, die denken de klok te kunnen terugdraaien naar 2001 en de alledaagse werkelijkheid van een onveilige samenleving ontkennen of bagatelliseren. De strategie van Wilders is erop gericht zoveel mogelijk zetels te behalen. Dat doet iedere partij, zult u zeggen, maar niet ten koste van je geloofwaardigheid of je potentiële bondgenoten. Ik herinner u bijvoorbeeld aan de slimme opstelling van het CDA in 2002 door de deur naar de LPF open te houden. Wilders sabelt daarentegen als hij de kans krijgt zijn oude VVD-collega’s genadeloos neer, tot groot vermaak van zijn achterban. Daarmee blokkeert hij echter zelf de weg naar een centrumrechts kabinet, wat mijn doelstelling is. In 2009 tijdens zijn geruchtmakende optreden op Verantwoordingsdag beet hij zelfs Rita Verdonk toe: ‘Uw sympathieke opmerkingen zijn aardig, maar ik heb uw sympathie niet nodig”. Het is niemand opgevallen, maar het typeert de man. De PVV is niet alleen een one-issuepartij, het is ook een one-manshow, die zelfs geen medestanders, laat staan concurrenten het licht in de ogen gunt. Geert en ik hebben er wel eens over gesproken. Zijn filosofie is: ik moet meer stemmen trekken, dan krijgen we meer zetels en kunnen we dingen gaan veranderen. Mijn antwoord was: meer zetels is niet genoeg, het gaat om regeringsdeelname. Alleen dan verandert er echt iets in Nederland. De SP moest in de oppositie met 25 zetels machteloos toekijken hoe de coalitie de rijen gesloten houdt. In 2003-2006 was de politiek veel spannender, omdat de LPF en D66 voor wisselende meerderheden zorgden. Zelfs met 42 zetels kun je nog in de oppositie belanden, zoals de PvdA in 2003 overkwam en nu weer. Mijn filosofie is altijd geweest: Stel het landsbelang voorop, dan de partij en dan pas jezelf. Feitelijk het tegenovergestelde van Wilders, die liever met 30 zetels in de oppositie zit dan met vijftien in de regering.
Afsluitend: Waarom gaat het zo vaak mis bij nieuwe partijen?
1. Omdat mensen in de politiek niet geneigd zijn van elkaars fouten te leren. Soms bekruipt mij het gevoel dat we in de politiek sinds Plato en Montesquieu nauwelijks iets zijn opgeschoten. Iedere generatie heeft natuurlijk het recht zijn eigen weg te zoeken en mag dus fouten maken, maar die kunnen ook worden vermeden. Mensen overschatten zichzelf en denken slimmer te zijn dan partijen die faalden. “De LPF had geen goede mensen”, hoor je dan. Maar kijk nu eens naar de kwestie Nathalie van Berkel, de D66 staatssecretaris die een opgepoetst cv had en vorige week terugtrad. Wie had de LPF in 2002 als staatssecretaris Financiën? Dr. Steven van Eijk, gepromoveerd fiscaal econoom, thans kroonlid van de SER. De LPF spleet uiteindelijk door een conflict over de partijstructuur tussen mr. Herman Heinsbroek en prof. dr. Eduard Bomhoff. Mensen met een onberispelijke staat van dienst. Daarmee komen we gelijk op de voornaamste factor van partijconflicten.
2. Tijdens de introductielessen voor onze 50 kandidaat-kamerleden die Pim Fortuyn en ik in april 2002 gaven, pakte Pim een viltstift en trok dikke lijnen op de flipover, waarop ik de structuur had getekend: Partij/fractie/kabinet. Pim benadrukte dat intern partijgedoe het functioneren van de kamerfractie niet mocht verstoren en dat fractieproblemen nooit in het kabinet mochten worden gebracht. Vandaar de schotten die hij tekende. Helaas hadden Heinsbroek en Bomhoff deze les nooit gehad. Bij alle partijconflicten die wij de afgelopen decennia hebben gezien, gaat het altijd om partijzaken die in de fractie worden gebracht. Voor een nieuwe partij is een leiderschapscrisis bijna altijd fataal. Gevestigde partijen hebben een bestaande partijstructuur met regels en dan is het resultaat meestal: de koning is dood, leve de koning. Er zijn gewoon voldoende mensen die het stokje kunnen overnemen.
3. In de politiek is timing belangrijk. Denk maar aan het verschijnsel “te vroeg pieken”. Je hebt niets aan een briljant idee als de tijd niet rijp is. Liever een goed idee op het juiste moment. Dat is ook de kracht van middenpartijen die de kat uit de boom hebben gekeken. Zij komen vrij makkelijk tot een coalitieakkoord.
4. Om te onthouden: In de politiek heb je geen vrienden, alleen bondgenoten en zelfs dat is tijdelijk.
Mat Herben
Doorstart denktank Jonge Fortuynisten een feit: ‘dreigementen stoppen ons niet’
“Dat wat ons niet omlegd, maakt ons sterker”, zegt pennigmeester Damian Dassen. Het heeft even geduurd maar de Jonge Fortuynisten hebben hun doorstart officieel gemaakt. Sinds woensdag 28 mei is het opnieuw een vereniging. Waar het voorheen een jongerenorganisatie was is het nu een denktank voor jong en oud. "Afgelopen jaar zijn we al begonnen met sprekersavonden met bekende politici," aldus voorzitter Stef Kleine Staarman. Dit leidde tot de nodige turbulentie, want tweemaal dreigden activisten de bijeenkomsten te verstoren. Secretaris Timo Hoogerwaard: "Zelfs voor onze oprichting was Leiden al geen plek waar wij ongestoord konden spreken. Het is te gek voor woorden." Desondanks gaan de heren door. Kleine Staarman: “Pim Fortuyn gaf ons mee dat het debat de plek is waar de beste argumenten worden geboren. De Jonge Fortuynisten zien we als het nest voor deze argumenten en ideeën."
In hun eerste onofficiële jaar ontvingen de Jonge Fortuynisten al tal van bekende sprekers, onder wie Europarlementariër Bert Jan Ruissen (SGP), Tweede Kamerlid Isa Kahraman (NSC) en voormalig Kamerlid Theo Hiddema. "We proberen een denktank te zijn voor mensen uit verschillende politieke stromingen. Juist de bubbels die ontstaan moeten we doorprikken," zegt Kleine Staarman. De denktank geeft aan open te staan voor iedereen, van ChristenUnie tot en met de PVV. "Natuurlijk zal er spanning zijn en kritiek hoort erbij. Je kunt niet iedereen tevredenstellen. Die spanning moet er ook zijn want dat is de brandstof voor het debat."
Volgens de initiatiefnemers is er duidelijke behoefte aan een denktank waar politiek geïnteresseerden uit uiteenlopende richtingen het gesprek met elkaar aangaan, met het woord als fundament. "Er hebben zich al tientallen mensen aangemeld, afkomstig uit diverse politieke partijen," vertelt Dassen tevreden. "We roepen mensen dan ook op zich aan te sluiten bij de Jonge Fortuynisten zodat we de best mogelijke bijeenkomsten kunnen blijven organiseren."
Aanstaande maand organiseert de Jonge Fortuynisten een bijeenkomst over kernenergie in samenwerking met JA21 Noord-Holland. Daarnaast staat er eind van de maand een bijeenkomst gepland over wat Nederland kan leren van Milei en DOGE. Hierbij zijn onder anderen oud-LPF-minister Eduard Bomhoff aanwezig
PERSBERICHT
Jonge Fortuynisten gaat voortaan door als denktank met nieuw bestuur ‘het woord als fundament’.
De Jonge Fortuynisten (JF), de voormalig politieke jongerenbeweging van de Lijst Pim Fortuyn, is in 2002 opgericht. Het uitgangspunt was altijd geweest om jongeren tot 30 jaar bekend te maken met het gedachtengoed van Pim Fortuyn en hun actief te betrekken door middel van evenementen zoals lezingen, trainingen en borrels. De organisatie heeft even stilgestaan, maar niet stilgezeten. De JF gaat nu met een nieuw jong en ambitieus bestuur door als politieke denktank die nog steeds nauw samenwerkt met de lokale LPF afdelingen in Eindhoven en Breda. De JF gaat zich daarom in het begin richten op activiteiten in Brabant, maar zal in de toekomst verder uitbreiden over de Nederlandse landskaart.
Het politieke speelveld is in de afgelopen jaren, vooral vanaf 2019, ontzettend veranderd. De politiek raakt versnipperd met alsmaar nieuwe partijen. De polarisatie neemt alsmaar toe, ook tussen de politici die in een nog niet verleden nauw met elkaar samenwerkte. “Aangezien wij niet gelieerd zijn aan een bestaande landelijke politieke partij, kan iedereen onze bijeenkomsten bijwonen en kunnen er echte discussies plaatsvinden”, aldus voorzitter Stef Kleine Staarman.
Wij hopen dit te realiseren door verschillende activiteiten te organiseren. Eén daarvan zijn borrellezingen. Binnenkort organiseren we onze eerste borrellezing op 16 februari met de volgende drie sprekers: Tjerk Langman (PVV-Statenlid), Rudy Reker (Fractievoorzitter LPF Eindhoven) en Iwan Dienjes (Fractievoorzitter LPF Breda). Kleine Staarman “We hopen in de toekomst meer van dit soort avonden te organiseren, ook met politici van een andere politieke kleur. Dat er een interactieve discussie ontstaat, op de inhoud.”
Daarnaast willen wij ook discussieavonden organiseren over een bepaald onderwerp. Een nog niet nader uitgewerkt voorbeeld is een discussieavond over de media en de politiek, met als sprekers een journalist en/of columnist en een politicus. “Wij geloven dat door het voeren van een discussie de beste argumenten en standpunten zich ontwikkelen”, zegt Kleine Staarman.
Tot slot zijn we er niet alleen om kennis op te doen en te discussiëren. We hopen ook onze (toekomstige) leden te actiever voor de politiek, hetzij voor de JF aangezien we uiteraard ook willen uitbreiden in de toekomst, hetzij bij een politieke partij. Het liefst natuurlijk voor de LPF Eindhoven of Breda, maar als ze elders woonachtig zijn dan voor het ‘redelijke alternatief’.